Welke vergunning heeft u nodig?
Sinds 2024 geldt de Omgevingswet. Op elk perceel gelden de regels van het omgevingsplan van de gemeente. Op agrarische grond staat daar meestal niet in dat er een batterij mag komen. Dan is een omgevingsvergunning nodig om van het omgevingsplan af te wijken: een zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Soms is daarnaast een vergunning nodig voor het bouwen zelf. Het in bedrijf hebben van een batterij is (nog) niet aangewezen als milieubelastende activiteit in de landelijke regels. Welke vergunningen voor uw locatie gelden, ziet u in het Omgevingsloket. Wij bespreken het altijd vooraf met de gemeente.
Bij de aanvraag horen meestal tekeningen en een situatieschets, een onderbouwing waarom de batterij op deze plek past, en stukken over veiligheid en geluid.
Hoe lang duurt de procedure?
Meestal geldt de reguliere procedure. Soms de uitgebreide. Dit zijn de termijnen:
- Reguliere procedure: de gemeente beslist binnen 8 weken. Die termijn mag zij één keer met 6 weken verlengen.
- Moet de gemeenteraad eerst bindend advies geven, dan wordt de beslistermijn 12 weken in plaats van 8. De raad bepaalt zelf voor welke gevallen dat geldt.
- Uitgebreide procedure: de gemeente beslist binnen 6 maanden. Die geldt als de wet dat voorschrijft, als u er zelf om vraagt of als de gemeente dat besluit.
- Na het besluit kunnen belanghebbenden bezwaar maken of in beroep gaan.
Gemeentebeleid: wat verschilt per gemeente?
Elke gemeente bepaalt in haar omgevingsplan en beleid waar een batterij mag staan. Veel gemeenten stellen daarom eigen beleid vast, en dat verschilt. Dat bepaalt dus mede of een batterij op uw perceel kan.
Een voorbeeld is de Beleidslijn Batterijopslagsystemen van de gemeente Hollands Kroon, die sinds 14 juli 2026 geldt. Daarin staat dat u eerst vooroverleg met de gemeente voert. Bij de aanvraag horen een milieu- en geluidsrapportage, een landschappelijk inpassingsplan, een ingevulde PGS 37-1-checklist en een participatieplan.
Dezelfde beleidslijn geeft ook voorkeurslocaties: bedrijfsterreinen, energyhubs, bij lijnen van minimaal drie windturbines, binnen een bestaand zonnepark en bij hoogspanningsstations van 380 kV. De hoogte is in principe maximaal 3,5 meter. Bij een zonnepark mag de batterij maximaal 5% van het projectgebied innemen, bij een windturbine maximaal 300 m² per turbine.
Dit is één gemeente. Uw gemeente kan andere eisen stellen of andere locaties aanwijzen. Vraag daarom altijd na of er een beleidslijn of beleidsregel is, voordat u een ontwerp laat maken.
Waar let de gemeente op?
De vragen van gemeenten lijken op elkaar. Reken op deze onderwerpen:
- Veiligheid: brandveiligheid, afstand tot woningen en gebouwen, en de bereikbaarheid voor de brandweer. Vaak vraagt de gemeente hierover advies aan de veiligheidsregio.
- Geluid: koeling, omvormers en transformatoren maken geluid, ook 's nachts.
- Inpassing in het landschap: hoogte, plek op het perceel en groen eromheen.
- Bluswater en bodem: wat er gebeurt met water dat bij een brand wordt gebruikt. Volgens IPLO kan bij een brand van een lithiumbatterij corrosief en giftig bluswater ontstaan.
- Participatie: de gemeenteraad kan bepalen dat u de omgeving vooraf betrekt. Doet u dat niet, dan kan de aanvraag onvolledig zijn.
PGS 37-1: de veiligheidsrichtlijn
Voor grote batterijen van lithium-ion bestaat een landelijke richtlijn: PGS 37-1. Die beschrijft hoe een energieopslagsysteem veilig wordt ontworpen, geplaatst en beheerd, bijvoorbeeld om brand en de verspreiding van brand te voorkomen. Het Bestuurlijk Omgevingsberaad stelde haar in december 2023 vast.
PGS 37-1 is nu nog een richtlijn en geen wettelijke plicht. Het Bal, de landelijke regels voor activiteiten, wordt aangepast zodat het exploiteren van een batterij een milieubelastende activiteit wordt en de richtlijn verplicht wordt. Het concept lag in het voorjaar van 2026 ter consultatie. IPLO verwacht dat de wijziging in de loop van 2028 in werking treedt.
Tot die tijd kan de gemeente de richtlijn verplicht stellen via de regels van het omgevingsplan, via voorwaarden in uw vergunning of via de zorgplicht. In de praktijk gebeurt dat vaak. Wij ontwerpen elke batterij volgens PGS 37-1 en stemmen het plan vooraf af met de gemeente en de veiligheidsregio.
Wat u kunt voorbereiden
Met deze stukken kan een gemeente sneller beoordelen of de batterij past:
- Het perceel en de plek op het perceel waar de batterij zou komen, met de afstand tot de dichtstbijzijnde woningen.
- Het vermogen en de opslagcapaciteit van de batterij, en het type batterij.
- Uw aansluiting en de plek van het aansluitpunt, want de kabel tussen batterij en aansluiting hoort bij het ontwerp.
- Een eerste indruk van geluid, hoogte en groenvoorziening rondom.
- Of uw gemeente al beleid voor batterijen heeft, en zo ja, welke stukken zij vraagt.
Hoe wij het aanpakken
In ons platform Powerplaats volgen wij de vergunningen voor batterijen in heel Nederland: 697 locaties met een vergunningsaanvraag of -besluit voor een batterij. Zo zien we hoe gemeenten in uw omgeving met batterijen omgaan, en welke vragen ze stellen.
Bij een batterij op uw aansluiting regelen wij de vergunning. We beginnen met een vooroverleg met de gemeente, informeren de buren en dienen daarna de aanvraag in. Een goed vooroverleg voorkomt dat de aanvraag halverwege moet worden aangepast, en dat scheelt vaak de meeste tijd. De investering ligt bij ons. Gaat het project niet door, dan kost het u niets.
