Hoe deelt een batterij de aansluiting met uw windturbine?
Uw windturbine (of windmolen, het is hetzelfde) hangt aan het elektriciteitsnet via een aansluiting. Die is gebouwd voor het hoogste vermogen van de turbine. Dat vermogen haalt u alleen bij harde wind. Bij weinig wind of windstilte blijft een groot deel van de aansluiting leeg. Ter vergelijking: ons eigen zonnepark in Dalfsen gebruikte in 2024 maar 9% van wat zijn aansluiting van 6 MW (megawatt, de eenheid van vermogen) kan doorgeven.
Een batterij gebruikt die lege ruimte. Ze laadt als er veel wind is en stroom weinig waard is, of als er ruimte over is op de aansluiting. Ze levert terug als er vraag is, bijvoorbeeld bij windstilte of 's avonds. De afspraak is dat uw turbine voorgaat. De batterij gebruikt alleen wat de turbine niet nodig heeft.
Voor het net verandert er weinig: er komt geen nieuwe aansluiting bij en het afgesproken maximale vermogen blijft gelijk. Dat heet cable pooling: meerdere installaties delen één aansluiting. Volgens RVO kan dat met opwek, opslag, verbruik en omzetting.
Wat moet u regelen?
Vier onderwerpen komen altijd terug. Wij nemen het meeste werk uit handen, maar het helpt als u weet waar het om gaat.
- De netbeheerder. Die toetst of aan de voorwaarden is voldaan. Volgens RVO mag een aansluiting met maximaal vier installaties (WOZ-objecten, de objecten waarvoor de gemeente een WOZ-waarde vaststelt) worden gedeeld en moet ze minimaal 100 kVA zijn. In een gebied met netcongestie mag de gezamenlijke aanvraag het bestaande transportvermogen niet verhogen. Daarna volgt één gezamenlijke aansluit- en transportovereenkomst. Het gezamenlijke gebruik moet ook bij de ACM, de toezichthouder, worden gemeld.
- De afspraken met de investeerder. De partijen delen de aansluiting, dus u legt samen vast hoe kosten en opbrengsten worden verdeeld, wie de energiebelasting betaalt en wat er gebeurt als een van de partijen stopt of failliet gaat. Volgens Enexis is er één hoofdcontractant, het vaste aanspreekpunt voor de netbeheerder.
- Ruimte op uw erf. Een batterij heeft een vlakke plek nodig die bereikbaar is voor de brandweer en voor zwaar transport, bijvoorbeeld een kraan bij onderhoud of vervanging. Dat bekijken wij bij de locatiecheck.
- De vergunning. Op agrarische grond staat in het omgevingsplan van de gemeente meestal niet dat er een batterij mag komen. Dan is een omgevingsvergunning nodig om van het plan af te wijken. De gemeente beslist meestal binnen 8 weken, met één keer 6 weken verlenging, of binnen 6 maanden bij de uitgebreide procedure. Wij regelen de aanvraag en beginnen met een vooroverleg met de gemeente.
Ontvangt u nog SDE?
Dan kan het nog steeds. RVO stelt wel als voorwaarde dat de stroom van elke installatie apart wordt gemeten. Een aparte meter per installatie heeft als voordeel dat elke partij een eigen energieleverancier kan houden. Wij houden daar in het ontwerp rekening mee.
Drie modellen: wie betaalt en wie draagt het risico?
Er zijn grofweg drie manieren om een batterij bij uw turbine te krijgen.
- Een investeerder plaatst en betaalt de batterij, u ontvangt een vaste vergoeding. Dit is ons model. U investeert niet, de vergoeding ligt vooraf vast en het marktrisico ligt bij ons. U heeft wel te maken met een langere afspraak en met een batterij op uw erf.
- U koopt de batterij zelf. Dan is de opbrengst van u, maar u betaalt de batterij, draagt het technische en het marktrisico en moet iemand de batterij laten beheren. Een batterij van uzelf op uw eigen aansluiting en grond staat meestal achter de bestaande meter. Ook dan moet u haar bij de netbeheerder melden, zoals Enexis voor batterijen vanaf 0,8 kW vraagt.
- Verhuur of lease. U verhuurt de locatie of de turbine aan een partij die het beheer en het risico overneemt. Bij ons gaat het dan om een gegarandeerde minimumhuur plus een deel van de opbrengst.
Wat zet u in het contract?
Een batterij staat op uw grond. Volgens artikel 5:20 van het Burgerlijk Wetboek hoort een gebouw of werk dat duurzaam met de grond is verbonden in beginsel bij de grond. Wilt u dat de batterij van de investeerder blijft, dan leggen partijen dat vast, bijvoorbeeld met een opstalrecht (artikel 5:101 BW). Neem in elk geval deze punten op:
- Voorrang voor uw turbine. Uw windstroom gaat altijd voor, ook als de aansluiting vol is. Wie regelt terug, hoe snel en wie draagt de gevolgen?
- Looptijd en einde. Hoe lang loopt de afspraak, past dat bij de looptijd van uw vergunning en uw turbine, en wat gebeurt er als u de turbine vervangt?
- Verwijdering. Wie haalt de batterij weg, binnen welke termijn, en wordt de grond teruggebracht in de oude staat? Vraag zo nodig om zekerheid, zoals een bankgarantie.
- Verzekering en aansprakelijkheid. Wie verzekert de batterij en wie is aansprakelijk bij schade aan uw turbine of erf? Voor grote lithium-ionbatterijen bestaat de veiligheidsrichtlijn PGS 37-1. Dat is nu nog een richtlijn, geen wettelijke plicht, maar de gemeente kan haar verplicht stellen in de vergunning. Spreek daarom af dat de batterij daaraan voldoet.
- Toegang en onderhoud. Wanneer mag de investeerder op uw erf komen, en hoe beperkt u overlast?
- Stoppen of failliet. Wat gebeurt er met de afspraak, de batterij en de aansluiting als een van de partijen niet doorgaat?
Hoe begint u?
Pak drie stukken erbij: uw aansluit- en transportovereenkomst, de beschikking van uw SDE (als u die heeft) en uw omgevingsvergunning. Met die gegevens zien wij bij een locatiecheck snel hoeveel ruimte uw aansluiting overlaat en of een batterij past. Gaat het project niet door, dan kost het u niets. Aan het einde van de afspraak verwijderen wij de batterij.
